Winter,

lieve vriend of vriendin,

een dieptepunt met

eigen schoonheid

regeert als witte leeuw

door vorst, ijzel en sneeuw

 de wind huilt

het ijs kraakt

de hagel geselt

en vormen sterven

witte kou floreert

't leven tintelt

in haar kern

midden in

de sneeuwjacht

met vogels naar het zuiden

hoor ik winterklokken luiden

zittend bij de warme schouw

bomen buiten kaal, met wit versierd

verdord en verkild door de kou

net wakker met een geeuw

geniet ik van de sneeuw

want na de winterdood

komt het levensbrood

F.O. 21-9-03

terug