Genieten

lieve vriend of vriendin,

 

aan de waterkant zit ik en geniet

van het groene wuivende riet

met donker ontluikende pluimen

omringd door eenden met onschuldige luimen

 

zij koesteren zich verspreid in de zon

en terwijl enkelen zich schoonsnavelen

tuft een bootje voorbij de horizon

zie ik meerkoeten ruziŽn, heen en weer rafelen

 

telkens duiken zij naar het diepe

op zoek naar 't groen onder water

hun kleintjes hoor ik steeds piepen

'k geniet intens van al dit vrolijk gekwater

 

het water kabbelt en weerspiegelt de blauwe lucht

een witte zwaan verschijnt plots op het toneel

majestueus, klaar voor een sierlijke vlucht

een schitterend plaatje voor in een paneel

 

in het ondiepe water naast de steiger

staat sierlijk, onbewogen, gefixeerd kijkend

naar de visjes een ranke zilverreiger

het totale plaatje nog meer verrijkend

 

in het gras vertonen zich als gebogen korenaren

sprieten met hangende weerhaakjes in de top

wie kan deze complete compositie evenaren

het brengt m'n Godsbewondering hogerop

 

meeuwen betwisten elkaar de top van een paal

vliegen af en aan met hun klagende krasgeluid

voel de wind langs mijn huid als een zachte straal

zittend, kijkend, luisterend zing ik het uit

F.O. 28-7-2004

 

terug