Eigenloosheid,

lieve vriend(in),

is een begerenswaardige levensconditie. Wel te verstaan in geestelijk opzicht, niet in fysieke zin. We kunnen immers niet zonder geld, goederen en een dak boven ons hoofd. God begeert onze geest met jaloersheid. Hij vraagt ons letterlijk afstand te doen van al het eigene: eigen wil, eigen zin, eigen wijsheid, eigen belang, eigen voorkeuren, kortom al het innerlijk eigene om ons de onvergankelijke schatten te geven. Dat is dus een goede ruil. Helaas doet het afscheid van deze innerlijke gehechtheid min of meer pijn vanwege kortzichtigheid. Jezus Christus zei het heel duidelijk: "Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft (het eigene), mijn discipel kunnen zijn." Luc. 14:33.  Bedoeld als besnijdenis van het hart! Zijn we geestelijk vrij van het eigene, dan kan Hij als Meester Zijn eeuwige en scheppende Woord aan ons kwijt. Onze geest ontledigen en ontdoen van elke bewondering voor en gehechtheid aan wat voor eigene bezit dan ook, maakt ons innerlijk vrij om de grootst denkbare schat te ontvangen: de geestelijke woorden van Christus, Zijn Geest, Creatief bewustzijn, Zijn Liefde, Zijn vrijheid, Zijn souvereiniteit, Zijn geheimen en wetten van geestelijk leven. Samengevat:"Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen". Matth. 5:3. Warme groeten met passie en plezier.

De stekelige cactus, die schitterend bloeit.

F.O. 2-2-2003

terug