De heks en de bezemsteel

Elke nacht maakte een jonge heks een ritje op haar bezemsteel. Voor de zon opstond, zette de heks haar bezem terug in de meest donkere hoek van de stal. Na zonsondergang, kroop haar meesteres er terug op. Bij het krieken van de dag, werd haar dienaar opnieuw tegen de muur gezet. Elke keer opnieuw. Maar deze keer sloot de heks de deur niet zo goed bij de terugkeer. Zo ontdekte de bezem een lichtstraal, dat was de zonneschijn, wat hij niet kende. Nieuwsgierig stootte hij met zijn steel de deur verder open...  verrukt keek hij naar de mooie bloemen en bomen, ze zagen er geheel anders uit dan bij valavond. De bezemsteel zweefde door de deur van de woning naar boven... er was iets dat zijn aandacht trok, er stond er een andere bezem ook in de kamer. De bezem had het vlug door, dit was een spiegel! De jonge heks spiegelde zich graag en kwam net van de zolder, om haar spiegelbeeld te bewonderen. De bezem verstopte zich vlug achter een overgordijn en hij zag hoe de kokette jonge heks haar zijden kousjes en prachtige halve laarjes aantrok. Hij hoorde zeggen: "Mijn schoonheid overtreft al de anderen. Ik wil dat dit nooit zal veranderen" zij bedoelde alle heksen, jong en oud. Op dit ogenblik verloor de bezem zijn evenwicht en viel."Wat doe jij hier ?" zei de heks woedend en greep naar de bezem om hem terug in de stal te zetten. Maar hij begon de heks  te knuppelen en zei: "Ik vind je helemaal niet mooi, want je glimlacht niet en je liet me steeds in het donker staan". Toen werd de heks razend. Daarop sloeg de bezem met zijn steel de spiegel stuk. De heks was in paniek, hoe ze zich ook bekeek en draaide, ze vond haar spiegelbeeld niet meer terug. Wanhopig is de heks nog altijd op zoek naar ... ZICHZELF! ... Christiane Desitter.

 

 

terug