Anekdotes over enkele oud superdocenten van het Marnix Gymnasium

lieve medescheppers in het licht,

 

gisteren heb ik enkele waardevolle anekdotes

over mijn eigen vroegere superdocenten op papier gezet

Hier volgt de tekst:

 

Alea jacta est

 

 Zo leerde mij rond 1960 Boeddha, de alias van dhr van der Ploeg, een prima leraar Latijn,

 deze wereldberoemde uitspraak van Julius Caesar toen die op 10 januari 49 v Chr

 met zijn leger de Rubicon overtrok en de gedemilitariseerde zone

rond Rome binnentrok in zijn strijd tegen de Senaat

 als voorbereiding voor zijn staatsgreep. “Alea jacta sit” schijnt ook te mogen.

 In ieder geval een gedenkwaardige uitspraak uit mijn prachtige Gym-tijd op het Marnix.

 De zoon van Boeddha, Erik mocht ik vier jaar in mijn klas meemaken

 voordat in de vijfde onze wegen scheidden.

 Helaas is Erik later op jeugdige leeftijd gestorven.

 Een hele schok omdat ik destijds voor een aantal bijlessen Latijn

 in Kralingen bij de fam van der Ploeg  thuis ben geweest en hen zo beter had leren kennen.

 Ook hun zeer getalenteerde zoon Paul stierf op jonge leeftijd als afgestudeerd

 en praktiserend tandarts. Immense Marnix tragedies, ze horen er helaas bij. 

 

Na het lezen van Aldegonde nr 20 wil ik nog een paar memories

en anekdotes kwijt over mijn Marnix tijd. Een onvergetelijk goede periode van zes jaren

 met zeer veelkleurig onderwijs als voorbereiding van het toenmalige eindexamen

 in 1963 met vijftien vakken en verschillende onderdelen.

 Hoe heb ik het als 17 jarige overleefd en hoe kon ik in één keer slagen?

 

Naast bovengenoemde uitspraak en “Gallia omnis divisa est in tres partes”

met “Andra moi ennepe, Mousa, polutropon, hos mala polla” als eerste zin van de Ilias

 herinner ik me niet veel concreets meer van de lessen Latijn en Grieks van,

 naast van der Ploeg, nog anderen zoals mevr van Veen (alias anus),

 dhr van der Blom, wiens systematische manier van woordjes Grieks opzetten

 en leren me enorm heeft geholpen om die complexe taal toen onder de knie te krijgen,

 dhr ten Kate, altijd de rust zelve en zeer trots dat geen examenleerling(e) in 1963

 voor zijn vak Latijn een onvoldoende had gescoord én dhr Spiegel,

 die vurig en intens kon bidden voor de klas. Tijdens mijn latere studie Nederlands Recht

 in 1996 kwamen tijdens de colleges Romeins recht de nodige associaties weer bovendrijven,

 zoals: bona fides, goede trouw; res nullius, zaak die aan niemand toebehoort

 en iusta causa als geldige titel. Latijn is een basis voor rijke talen,

 zoals o.a. Portugees, waarmee ik een tijdje heb gestoeid vanwege Braziliaanse connecties.

 

Een docente die me helder bij blijft en waaraan ik veel te danken heb

 was mevr van Tilburg, alias Til. Doodstil tijdens de lessen geschiedenis en Griekse mythologie

 hoor ik nog de spannende verhalen, bijv het op slimme manier uitmesten van de Augias stal

 op Kreta door Hercules. Ongetwijfeld als eerste waterbouwkundige ingenieur lukte het Hercules

 door omleiding van twee rivieren de enorme mesthoop in en rond die stallen

 met de heinde en ver doordringende verpestende lucht weg te spoelen.

 Een prachtige metafoor voor sommige huidige overheidsinstanties waar soms dagelijks een

 behoorlijke hoeveelheid onbetrouwbare en vervuilde computeroutput

 als uitwerpselen de deur uitgaat. Recentelijk lazen we over de perikelen bij de Belastingdienst,

 die met enige regelmaat opduiken. Bij het UWV is naar eigen bevinden de stank

 af en toe ondraaglijk geweest met heel wat slachtoffers. Mijn schriftelijke advies aan minister de Geus

 is geweest om analoog aan Hercules binnen het vervuilde UWV wat meer stromen

 van affectie en compassie toe te laten om de administratieve drek weg te spoelen,

 een meer mensvriendelijk beleid te implementeren en de schadelijke lucht op te klaren.

 Analogieën dankzij de Griekse mythologie, onderwezen door mijn geschiedenisster.

 

Til was een gaaf mens, die nota bene na een slopend onderwijsjaar

 in haar grote vakantie met ons optrok en een onvergetelijk

 leuke kampeerweek bezorgde. Perfect om aan deze gezamenlijke week

 in een boerderij in Holten terug te denken. Eten koken in grote gamellen

 op een smeedijzeren houtkachel waarin ik het vuurtje mocht onderhouden.

 Nachtelijke tochten met vlaggeroof, veel samen zingen van o.a.

 ”Plaisir d'amour ne dure qu'un moment, Chagrin d'amour dure toute la vie” ,

 slapen in een boerderij en de eerste verliefde leerlingenpaartjes.

 Het was dankzij haar plezierige inzet een grandioze week

in de buurt van de Holterberg.

 

Wat te zeggen over dhr Caron, die als grote imposante kerel toch als een klein kind

 voor de klas kon janken over ook toenmalig kinderleed.

 Omdat hij niet precies bijhield waar de nieuwe lesstof Engels voor onze klas

 in een les begon, slaagden diverse jongens erin hem te misleiden door het noemen

 van één of twee hoofdstukken eerder. Dus schoten de lessen daardoor nauwelijks op,

 omdat we steeds opnieuw begonnen zonder dat Caron het in de gaten had.

 “Ieder voor zich en Zeus voor ons allen”, klonk het daarnaast plechtig uit de mond van

 de leraar Duits, dhr Leen van Reeven, de Goethe en Schiller bewonderaar,

die ons als de β-leerlingen schaapachtig betitelde met en plaagde als

 bèèèèèètá´s, bèèèèèètá´s, dus als minderwaardige wezens ten opzichte

van de alfa leerlingen. Prachtige en geslaagde grote avonden met toneelstukken

zijn door hem geregisseerd. Onvergetelijk was de uitvoering met Nausicaä

 toen een leerling met de naam van Tol spelend als Odysseus Nausicaä

 (Leerlinge Anneke van Geest) emotioneel aansprak als "Nausicaä, Nausicaä, Kaaaatje".

 Anneke had het niet meer en schoot heel erg in de lach

evenals de zaal. Ik hoor en zie het nog voor me.

 

Ook aan Arie Kroon, leraar Frans denk ik met plezier terug. Met een toen nog zelden

vergezellend geurtje voor mannen en zacht fluitend kwamen we hem

op de gang tegen, altijd uiterst vriendelijk en monter.

 Onblusbaar ijverig bracht hij ons zijn moeilijke taal bij die ik helaas

nooit vloeiend heb leren spreken. Mijn enige kater overgehouden aan de Gym-tijd.

Zelfs kreeg ik een herexamen Frans voor mijn kiezen.

 

Achter het Marnix bevond zich een bejaarden- en verzorgingshuis waar

 de hele dag eten leek gekookt te worden en waarvan ik de zurige keukendamp

 via de open bovenramen in de klaslokalen nog kan ruiken.

 Ook zie en hoor ik nog de franse lerares Mina, alias voor mevr Brands,

voor het glasraam van de toegangsdeur naar één van die lokalen met hoge stem

staan schreeuwen, toen ze ontdekte dat midden in de winter alle drie

onderramen waren opgeschoven door een paar kwajongens  in de klas,

die zelf stijf tegen de gangmuur aankropen om niet gezien te worden.

 Zelf stierf ik ook bijkans van de kou. Wat een plaaggeesten voor Mina,

 die zich met een roodaanlopend gezicht achter haar forse boezem enorm opwond

 over deze ijskoude toestand. ”Ramen dicht, ramen dicht, ramen dicht”,

 schalde ze door de gang en half open deur. Een beeld om nooit te vergeten.

 

Tenslotte nog één leuke anekdote uit klas vijf. De toenmalige docent Natuurkunde,

dhr Meijer gaf op een bepaalde zaterdagochtend les en behandelde gassen,

luchtdruk en de gaswet. Om één en ander te verduidelijken maakt hij gebruik van een proef

met een fictief drukdoosje onder water waarmee je dan de waterdruk kon meten,

afhankelijk van de diepte. Plotseling midden in zijn vurig betoog met telkens de term drukdoos,

fluisterde mijn buurman en stervolleyballer Wim den Heeten in mijn oor:

“bij ons thuis noemen ze dat een poepdoos”. Dus schoot ik in de lach

en bleef lachen bij elk woord drukdoosje in zijn verdere betoog,

zodat ik voor het eerst en tegelijk ooit voor het laatst uit een les werd weggestuurd.

Het toeval wilde dat ’s middags een oudermiddag was georganiseerd. Daar werd mijn pa

al bij de deur door de toenmalige rector Jelle Wytzes pittig de les gelezen

over het wangedrag van zijn zoon van die ochtend. Wytzes en mijn pa kenden

elkaar van voor WO II uit hun gezamenlijke jeugd in Bolsward waar ze nog samen

hadden gevoetbald op het plein voor de Broerekerk.

De familie-eer was door mij behoorlijk bezoedeld

na het uitlachen van een Marnix-leraar voor de klas.

Dus kreeg ik een flinke veeg uit de pan na thuiskomst van pa.

 

Tot z’n dood in 1994 heb ik mijn pa bedankt voor het feit dat hij me

naar het Marnix liet gaan. Het heeft me uiteindelijk twee titels, eerst (Delftse ir.) en

later (Vu mr.) opgeleverd van twee contraire vakgebieden en tegenpolen:

 Wiskunde/natuurkunde min of meer tegenover Recht.

 Bedankt daarom Marnix voor jouw kleurige palet van fantastische docenten

die mij ontiegelijk hebben verrijkt. Jij blijft voor mij onvergetelijk!

 

elk mens die het verlicht meesterschap verwerft wacht een schone en universele taak:

anderen opleiden tot ieders eigen meesterschap.

Louter de allerschoonste wijsheid bemin ik en haar bron, . . .

F.O. 17-12-2008