En, ieder en alleen

1. God is n, Deut.6:4.

2. Er is n God, de allerhoogste, Psalm 97:9.

3. "En ding is noodzakelijk", zei Christus, Luc.10:42.

4. "En ding doe ik", zei de grote apostel Paulus, Filip.3:14.

5. "En ding komt gij te kort", hoorde de rijke jongeling, Luc.18:22.

6. Jezus Christus maakte in de woestijn korte metten met aanbidding van het vergankelijke toen Hij zei: "De Here, uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. " Er kwam rust en engelen kwamen Hem dienen. Matth.4:10-11.

7. In het paradijs was n verbod. Gen.2:17.

8. Voor kinderen is er n gebod: Eert uw vader en uw moeder. Ex.20:5.

9. Er is n God en Vader van allen met n Heer, n Geest, n geloof, n hoop, n doop en n lichaam. Ef.4:4 en 5.

10. Er is slechts n belangrijke kernvraag: "Maar de wijsheid---waar wordt zij gevonden, en waar toch is de verblijfplaats van het inzicht"? Job.28:12 en 20.

11. David versloeg Goliath met n simpele gladde steen uit de beek. 1 Sam 17:50.

12. En substancile wet van God beheerst het leven: "Wie geeft, wordt gegeven". Luc. 6:38, de wet met verschillende mogelijke benamingen: wet van de boemerang, wet van de terugkaatsing, wet van zaaien en oogsten, wet van de vergelding. Je kunt deze wet eindeloos variren: "geef vertrouwen en je ontvangt vertrouwen; geef complimenten en je weet nu het effekt; oordeel en je wordt geoordeeld; bedrieg en je wordt bedrogen; steel en je wordt bestolen". De tegengestelde wet is die van het vlees met benamingen als: wet van de begeerte, wet van de hebzucht, wet van het ego, wet van de zonde. In Rom 8:2 wordt dit beschreven als: "de wet van de Geest des levens (geven) heeft u in Christus vrijgemaakt van de wet van de zonde (stelen, pakken) en van de dood". Welk een voorrecht in deze vrijheid te leven!

13. God schiep voor Adam n vrouw. Gen 2:18.

14. Het terugvinden van het ne verdwaalde schaap geeft de herder meer vreugde dan de 99 schapen op stal. Matth. 18:12-14.

15. Opdat n ieder die in Hem (Jezus Christus) gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Joh 3:16.

16. Elk mens tot volmaaktheid in Christus brengen is de grote levensopdracht. Col. 1:28.